Ontstaansgeschiedenis van Landgoed “De Rietstap”

Op het huidige industrieterrein van Dinxperlo, aan de Meniststraat, in de richting van grensovergang Dinxperlo-west ligt het landgoed “De Rietstap”.

Oorspronkelijk was het landgoed in handen van de Graven van Culemborg. Uit een oorkonde uit 1498 blijkt reeds dit eigendomsrecht. Uit het verpondingregister ( een soort grondbelasting ) van 1647 blijkt dat de boerderij destijds werd gepacht door Bernd te Rietstap.

Overigens is de schrijfwijze van de Rietstap waarschijnlijk “Reestap” geweest, hetgeen grens betekende. Na verloop van tijd wordt het landgoed door de familie te Rietstap aangekocht van de graven van Culemborg. In 1689 trouwde Willem te Rietstap met Engele Boland. Hun dochter Arentje trouwde in 1708 met Gerrit Jagerink, waardoor het landgoed in het bezit van deze familie kwam.

Het was destijds dan ook deze familie die aan de oostzijde van het landgoed een 2-tal beuken plantte, die door een speling van de natuur in elkaar overgroeiden en zo een soort poort vormden over het oude kerkpad vanaf het landgoed naar het centrum van Dinxperlo.

In 1874 werd het landgoed gekocht door Gerhard Hendrik A.N. te Rietstap, wonende te ’s Gravenhage, deze was familie van te Rietstap.

Het testament
Deze vermaakte bij zijn dood in 1909, 5500 gulden (€2495) aan de St. Petrus en Paulus parochie te Breedenbroek – Dinxperlo. Volgens de overlevering vermaakte hij de rest van zijn bezittingen aan de Congregatie van de Zusters der Liefde te Tilburg. Waarschijnlijk onder voorwaarde dat het landgoed zou worden omgezet in een klooster en ziekenhuis. Bovendien zouden de nonnen in Dinxperlo een bewaarschool moeten stichten. De Congregatie zag van de erfenis af, omdat de plaatselijke bevolking overwegend protestant was. De erfenis ging vervolgens naar een neef van de overledene: Mr. Theodore Marie Theophille te Rietstap. Deze was notaris te ’s Gravenhage.

De voorwaarde
Ook moest hij voldoen aan een voorwaarde. Er moest een kapel worden gebouwd met daarin een schilderij met de voorstelling: de kruisiging van Jezus.

Niet bekend is of de kapel was bedoeld als bidkapel voor bewoners van De Rietstap of als parochiekerk voor Dinxperlo. De erfgenaam voldeed op een opmerkelijke wijze aan de voorwaarde. Aangezien in het testament geen bepalingen op waren genomen ten aanzien van de afmetingen. Het gebouw vertoonde alle vormen en kenmerken van een kerk, waarbij de toren naar het westen en het koor naar het oosten gericht was. De afmetingen waren echter afwijkend van het normale formaat.

Op 28 oktober diende de heer J.H. Roerdink een aanvraag namens Mr. T. M.T. te Rietstap in om een vergunning voor de bouw van een R.K. kapel op het landgoed. Deze had een lengte van 6.40 mtr breedte van 4.50 mtr. En een hoogte van 5.00 mtr.

In de vergadering van 17 november 1911 verleende het college van B&W van Dinxperlo de gevraagde bouwvergunning.

Na het overlijden van T.M.T. te Rietstap in 1921 werd het landgoed verkocht. De koper was de heer B.F. Koenders.

Het kerkje is wel gewijd maar er heeft nooit een kerkdienst in plaats gevonden.

Het kerkje heeft door de jaren heen dienstgedaan als bergruimte, varkensstal en kippenhok.

In 1975 tijdens Dinxperlo Bloemendorp heeft een groepje amateurs een expositie gehouden in het kerkje, zo ontstond hernieuwde aandacht voor het kerkje.

In 1977 werd het kerkje geplaatst op de Rijksmonumentenlijst met curiositeit en geschiedenis als motivatie.

Lees verder op:
Digibron – In Neêrlands kleinste kapel is nog nooit een kerkdienst gehouden
Digibron – Kleinste kerkje in ons land wordt verplaatst